Deel dit artikel:

1/04/2026

Economie en antroposofie 

Deel 12
Bedrijfsvoering en beloning: iedereen een aandeel

Zie hier voor deel 11 


Naar overzicht alle delen

In Ausführung der Driegleiderung; verschenen juli 1920

Eerder is aan de orde gekomen waarom economische aanspraken die men op basis van geestelijke prestaties maakt op een gegeven moment eindig moeten zijn zoals we bijvoorbeeld zagen bij auteursrecht en patentrecht.
Betoogd werd dat het achterliggende idee bij dergelijke begrenzingen juist is om een economie gebaseerd op prestatie en tegenprestatie te borgen. Bij het leiden van ondernemingen en daarmee ondernemerschap in de brede betekenis van het woord, gaat het juist niet om begrenzen maar om zoveel mogelijk het productieve karakter van geestelijke prestaties te stimuleren.


Hoe meer je zakelijk prestatie en tegenprestatie centraal stelt in de tot nu toe geschetste zin, hoe makkelijker het kan worden om te ondernemen. Omdat iedereen zelf al een aandeel heeft in de economie met bijbehorende rechten zoals het geschetste ‘basale inkomen’, creëert dat al ruimte om er dingen naast te doen. De kunst is de economische basis zo te organiseren dat economisch initiatief ontplooien makkelijker wordt; of het om extra werk gaat zoals overuren maken of het opzetten van een nieuw bedrijf, maakt daarbij logischerwijs niets uit.

Vrijmarkt Amsterdam, NDSM terrein 2024

Jonge ondernemers op de Amsterdamse vrijmarkt, NDSM-terrein, 27 april 2024
(bron: EB privé collectie)

 

Hetzelfde geldt precies zo voor het leiden van ondernemingen als zodanig. In essentie gaat het bij ondernemen en bij besturen om het tweede waardenvormende proces ‘geest aangewend op arbeid’. 
Wat Steiner betreft hangt dit waardenvormende proces nauw samen met de geestelijk- culturele geleding, door hem veelal kort aangeduid met ‘geestesleven’. Maatgevend principe voor deze geleding is vrijheid.

“De economische productiviteit wordt bevorderd, wanneer de op de kapitaalbasis rustende leiding van het economisch leven de wortels heeft in het geestelijke leven. (…)
De socialistisch denkenden van tegenwoordig streven naar het beheer van de productiemiddelen door de samenleving. Hetgeen in dit streven legitiem is, kan alleen bereikt worden als het beheer vanuit het vrije geestesgebied geregeld wordt.”(1)

 

Bijeenkomst van de Sovjet van St. Petersburg, juni 1917

Bijeenkomst van de Sovjet van St. Petersburg, juni 1917
(bron: wikimedia)

 

Let wel: in die roerige dagen van 1919 was er veel discussie over bezit, met als extreem voorbeeld de machtsovername door de bolsjewisten in Rusland, die zich baseerden op een strakke interpretatie van marxistisch gedachtengoed. Men dacht bedrijven te kunnen gaan besturen door middel van arbeidersraden (‘sovjets’), zodat ‘het kapitaal niet langer de meerwaarde van arbeid zou afromen’.  Steiner hamerde er telkens op dat dit zo niet ging werken. Cruciaal voor het runnen van een onderneming zijn individuele capaciteiten. Je kunt niet zomaar directeursfuncties en dergelijke afschaffen. Deze vaststelling laat zich zijns inziens prima combineren met fundamenteel andere bezitsverhoudingen. 

“Natuurlijk kunnen in een bedrijf de werkzaamheden niet zo verlopen waarbij iedereen maar kan doen wat ie wil. Er moet leiding gegeven worden, maar dat zijn geen werkgevers, maar werkleiders. (…) Een werkgever die zelf niet meewerkt, behoort in werkelijkheid helemaal niet bij het bedrijf, maar parasiteert op arbeid.”(2)

“Door sociale voorzieningen in de zin van het hier geschetste, wordt de basis geschapen voor een werkelijk vrije verdragsverhouding tussen arbeidsleiders en uitvoerende arbeid. Deze verhouding zal geen betrekking hebben op een ruil van waren, respectievelijk ‘geld’, voor arbeidskracht, maar op het vaststellen van een aandeel die ieder van beiden heeft die de waar gezamenlijk tot stand brengen.”(3)

Ik wil niet dat iedereen een proletariër wordt, maar dat iedereen bezitter is en wel van datgene wat hem toekomt.” (4)

 

Bankwerkster in fabriek voor vliegtuigonderdelen Fort Worth, Texas,  1942

Bankwerkster in fabriek voor vliegtuigonderdelen Fort Worth, Texas,  1942
(bron: wikimedia)

 

In deel 10 is duidelijk gemaakt dat bij Steiner iedereen een stuk grondaandeel bezit en daarmee een aandeel in de basis van de economie in het betreffende gebied. Dat werkt uiteindelijk door in de waardering van het ‘aandeel’ dat medewerkers in het betreffende bedrijf hebben. Bij Steiner zijn bezit en winst echter twee verschillende dingen.

“Het gaat niet om een aandeel in de winst, maar om een aandeel in het bezit.” (5)
“Het is nodig in de toekomst ieder soort beloning van de arbeid los te koppelen. Beloond wordt de positie waar iemand staat, daarmee verbonden is noodzakelijkerwijs, dat een ieder de mogelijkheid heeft ‘verder te komen’. (..) 
Wat de materiële arbeid betreft, krijgt een ieder evenveel. Daar komt echter bij, wat men geestelijk presteert, aangezien men zich op een dergelijke positie bevindt. Het is vanzelfsprekend dat men zich, wanneer aan meer arbeiders leiding geeft, dat men meer te verteren heeft.” (6)


Wat Steiner hier met het ‘evenveel’ krijgen voor ‘materiële arbeid’ bedoelt, dient mijns inziens gezien te worden in het licht van uiteenzettingen rond het ‘basale inkomen’ in het vorige deel. Dit was gekoppeld aan het grondaandeel dat een ieder sowieso al in de economie heeft. De grondslag is socialistisch, terwijl tegelijkertijd individuele prestaties extra gewaardeerd worden.  
Om te beginnen is het daarbij vanzelfsprekend dat inkomens naar gelang van ervaring en mate van verantwoordelijkheid van elkaar verschillen. Uiteindelijk gaat het ook om het belonen van ondernemersinitiatief.

“Iemand die wat kan zal er niet slechter voorstaan. (..) de capabele ondernemer (..) zal er niet slechter voorstaan dan in de landen van de Entente (o.a. VS, VK en Frankrijk). In Engeland ‘profiteert’ zo iemand; bij ons zal men de ermee in overeenstemming zijnde salarissen krijgen.” (7)

Welnu, de beloningsverschillen tussen bestuur en gemiddelde medewerker zijn in 'het Westen' tegenwoordig wel zó hoog, dat Steiner een dergelijke uitspraak ongetwijfeld niet meer voor zijn rekening zou nemen. (Zie hiertoe de twee onderstaande grafieken.) Ten aanzien van het verschil tussen 'profiteren' en het krijgen van een passende salariëring, heeft hij echter nog steeds zeker een punt: het is helemaal niet zo raar om aan de top het accent te leggen op salarissen en zeker niet op beloning in beursgenoteerde aandelen. 
 

Het verschil in beloning tussen de gemiddelde CEO en de gemiddelde werknemers van de bedrijven uit de S&P 500 in 2022.

Het verschil in beloning tussen de gemiddelde CEO en de gemiddelde werknemers van de bedrijven uit de S&P 500 in 2022.
Zoals te zien, bestaat het inkomen van de CEO in de VS voor een gering deel uit een salaris (7%) en vooral uit allerhande aandelendeals. 
(bron: inequality.org)

 

Dat neemt overigens niet weg dat ook Steiner een voorstander is een deel van de beloning in de vorm van een aandeel in de winst te verstrekken. Hij bedoelt het alleen net even anders. 

“Particulier eigendom moet niet afgeschaft worden, maar dient op een zodanige grondslag gebaseerd te worden, dat het nutseffect collectivistisch uitpakt. De ondernemer moet de privé winst hebben. Het recht op ‘de volledige arbeidsopbrengst’ (een marxistisch begrip; bedoeld is het tegengaan van het afromen van de winst door ‘het kapitaal’ (EB)) zorgt ervoor dat alle vrije beweging uit de wereld verdwijnt. Het is nodig dat de ondernemer een bepaalde ‘meerwaarde’ heeft. 
(…) De geestelijke productie, inclusief de fabrieksleiding, staat op het gebied van het vrije geestesleven. Deze moet de mogelijkheid hebben om de opbrengst die over blijft, wanneer al het andere voldaan is, ter volledig vrije beschikking te hebben. “ (8)


Dit aandeel in de winst is alleen niet op grond van het permanente eigenaarschap van een bedrijf, maar op grond van een soort tijdelijk eigenaarschap. 

 “In plaats van het gemeenschappelijk eigendom van productiemiddelen wordt in het sociale organisme een kringloop van deze middelen tot stand gebracht die telkens opnieuw in handen komen van die personen waarvan de individuele capaciteiten ze op de best mogelijke wijze voor de gemeenschap nuttig kunnen maken. Op deze manier wordt tijdelijk die verbinding tussen persoonlijkheid en productiemiddel tot stand gebracht, die tot nu toe door het particulier bezit bewerkstelligd werd. (9)

Beloningsverschillen in de VS tussen CEO en werknemers bij S&P 500 bedrijven

Beloningsverschillen in de VS tussen CEO en werknemers bij S&P 500 bedrijven:
in 1980 verdiende een CEO zo'n 45 keer meer, anno 2022 is het verschil toegenomen naar het 300 voudige. 
(bron: inequality.org)


In Steiner’s optiek is het meer en meer zaak de gedachte te laten postvatten dat aanspraken in de economie altijd tijdelijk zijn. Dat geldt evenzeer voor het beheer van ondernemingskapitaal in de breedste zin van het woord. Tegelijkertijd ontleen je wel degelijk aanspraken op basis van dit tijdelijk beheer van kapitaal. 

“Want de leidinggevenden van een onderneming zullen het aan de productiemiddelen te danken hebben dat zij door hun vaardigheden een inkomen zullen ontvangen in overeenstemming met hun aanspraken. Ze zullen niet nalaten de productie tot een succes te maken, want de toename van de productie brengt hen weliswaar niet de volledige winst, maar wel een deel van de opbrengst. (…) En het ligt toch eigenlijk reeds in de geest van het hier uiteengezette, dat als de productie terugloopt, dat zich dan het inkomen van de producent in dezelfde mate verminderd dan als het toeneemt bij de productie toename. Altijd echter zal het inkomen uit de geestelijke prestatie van de leidinggevende voorvloeien, niet op basis van een winst die uit verhoudingen voortkomt die niet vanuit de geestelijke arbeid van een ondernemer komen, maar die in het samenwerken van de krachten van de gemeenschap hun oorsprong hebben.” (10)


Simpel samengevat: hoe meer verantwoordelijkheid, hoe hoger het inkomen, maar ook hoe meer een deel van dit inkomen vatbaar is voor fluctuaties naar gelang de situatie. 
Een manager van een ijscofabriek die dankzij een mooie zomer een uitzonderlijk goed jaar heeft, kan rekenen op een extra inkomen, maar heeft een deel van het succes ook te danken aan het vaker schijnen van de zon. Omgekeerd zal dezelfde manager bij een slecht jaar door een verregende zomer ook relatief het meest inleveren, zonder helemaal verantwoordelijkheid te hoeven dragen voor een of ander hardnekkig lagedruk gebied.

IJscokraam, Amsterdam 1962

IJscokraam, Amsterdam 1962
(bron: nationaal archief)

 

Je zou kunnen zeggen dat aandeelhouderschap zoals wij dat nu kennen veranderd in de richting van tijdelijk aandeelhouderschap, terwijl het belonen van ondernemerschap en het belonen van risico nemen op een hernieuwde zakelijke basis komen te staan. De machtsverhoudingen die aan de huidige beloningsstructuren ten grondslag liggen hebben zullen daarmee komen te veranderen. 
Het is daarbij ook weer niet zo dat tijdelijk aandeelhouderschap eindig is in de zin dat uiteindelijk alle bezit overgaat in een collectief eigendom.
Zoals Steiner hierboven zegt, gaat het erom telkens weer productiemiddelen individueel te laten beheren. Hoe pakt dit nu uit bij het besturen van een bedrijf?

Zie deel 13: Bedrijfsvoering en bestuur

Noten: 
1 KP blz 68
2 BR 5-6-1919, blz 114
3 KP blz 68
4 SWT blz 25
SWT blz 29
6  SWT blz 33-34
7 SWT blz 34
SWT blz 25
9 KP blz 86-87
10 KP blz 86-87