Deel dit artikel:

01/04/2026

Economie en antroposofie

Deel 13
Bedrijfsvoering en bestuur 

Zie hier voor deel 12 

 

Naar overzicht alle delen
 

Directiekamer

Bezit en beheer van productiemiddelen zijn twee verschillende dingen bij Steiner. Bij grond is dat onderscheid heel duidelijk te maken. Bij kapitaal in ondernemingen ligt dat anders.

Om maar eens bij ijs te blijven: als iemand een ijskraam wil openen en daartoe allerhande investeringen doet, vallen bezit en beheer van de onderneming samen. Groeit de onderneming als kool, dan ontstaat gaandeweg een andere situatie. Vaak gaat het in onze huidige economie zo, dat er extra kapitaal aangetrokken wordt in ruil voor aandelen. Eventueel komt een onderneming op een gegeven moment op de beurs terecht en wordt dan helemaal vrij verhandelbaar, of het bedrijf wordt simpelweg gewoon verkocht. Zo ging het bijvoorbeeld bij de ijsonderneming
 Ben & Jerry's, die met een investering van $12.000 dollar in 1978 als ijssalon begon en na 22 jaar uitgroeide tot een bedrijf met 800 medewerkers en een jaaromzet van $237 miljoen. Het bedrijf werd toen voor $300 miljoen door Unilever gekocht.

I
n dit geval bleven de oprichters nog wel betrokken bij de bedrijfsvoering en hadden ze een aantal afspraken over de identiteit van het bedrijf gemaakt met Unilever, maar het eigenaarschap was overgedragen. Bij Steiner zou dit zo niet gaan. Een bedrijf is niet tot in het oneindige bezit van kapitaalverschaffers, ook niet van de oorspronkelijke initiatiefnemers. Je kunt niet zomaar een onderneming van een dergelijke omvang verkopen. De vraag daarbij is wanneer een zekere grens bereikt is.

 

Filiaal van Ben & Jerry's, Hollywood Beach, Florida, 2021anno 2025

Filiaal van Ben & Jerry's, Hollywood Beach, Florida, 2021
(bron: wikimedia)


Bij het begin als ijssalon, zou ondernemersinitiatief in de kiem gesmoord worden wanneer iedere medewerker meteen ook als aandeelhouder beschouwd zou worden en medezeggenschap zou hebben over allerlei bedrijfszaken.  Daarnaast is er sprake van het nemen van risico door kapitaalverschaffers: als het mis zou gaan, was men zijn geld kwijt. Vanzelfsprekend heeft men recht op een beloning voor het genomen risico. 

Het moge duidelijk zijn dat bij Ben & Jerry’s het startkapitaal na een aantal jaren wel ruimschoots was terugverdiend, evenals het kapitaal dat daarna in de succesvolle uitbreiding was geïnvesteerd. Het eigenaarschap was en blijft gebaseerd op kapitaal, terwijl de 800 medewerkers er helemaal niets over te zeggen hebben, ook al werkt men er al jaren en heeft men er op basis van pure inspanning er mede voor gezorgd dat het bedrijf in waarde groeide.
Telkens ontstaat zo in onze economie bij succesvolle startups de situatie dat het aanvankelijk genomen risico veelvoudig beloond is, maar dat de eigendom- en winstaanspraken op grond van het geïnvesteerde kapitaal in essentie voort blijven bestaan.

 

" … Schadelijk voor de samenleving is niet de oorspronkelijk vrije beschikking, maar het voortbestaan van dit beschikkingsrecht, nadat een einde is gekomen aan de situatie die dit recht verschaft op grond van individuele capaciteiten. (..)De mogelijkheid om vrij over de kapitaalgrondslag vanuit de individuele capaciteiten te kunnen beschikken moet bestaan; het daarmee verbonden eigendomsrecht moet veranderd kunnen worden wanneer het omslaat tot een middel voor niet gerechtvaardigde machtsontplooing." (1)

Een in onze economie terugkerend fenomeen van deze ‘niet gerechtvaardigde machtsontplooiing’ is het gemak waarmee uit naam van efficiency medewerkers massaal ontslagen kunnen worden. Bij een ijssalon is de impact daarvan nog beperkt tot enkele gezinnen, maar bij een groot bedrijf kunnen complete regio’s en zelfs landen daardoor volledig ontwricht raken.

ASML logo

ASML verraste de medewerkers in januari 2026,  door na het melden van verdubbelde groeiverwachtingen
een reorganisatie met het schrappen van 1700 banen aan te kondigen.

 

ASML reorganisatie schrappen 1700 banen januari 2026

Voor aandeelhouders was er nog een verrassing:
de aankondiging van het inkopen van €12 miljard aan eigen aandelen om de winst per aandeel te verhogen. 
(Afbeeldingen: wikimedia)


Natuurlijk raakt ontslagrecht aan allerlei andere zaken die met arbeidsrecht te maken hebben, die je via de rechtsgeleding al dan niet beter kunt regelen (zie deel 3) , maar dat is hier niet de kern van de zaak. Het fundamentele punt is hier dat vanaf een bepaalde omvang van kapitaal er doodeenvoudig niet meer allerlei eigendomsrechten uitsluitend door kapitaalverschaffers uitgeoefend dienen te worden.   

 

“Als persoonlijk eigendom van de leider van een bedrijf moet alleen worden gerekend, wat hij krijgt op grond van zijn aanspraken die hij bij het aanvaarden van de leiding van de productie wegens zijn individuele bekwaamheid meende te mogen maken en die gerechtvaardigd blijken doordat hem vanuit het vertrouwen van andere mensen met inachtneming van die aanspraken kapitaal is toegekend.”(2)
 

Elon Musk naast het prototype van de Tesla S,  2011

Elon Musk naast het prototype van de Tesla S,  2011
(Bron: wikimedia)

Tesla medewerkers van het hoofdkantoor vieren het afleveren van de eerste Tesla S uit de fabriek in 2012

Tesla medewerkers van het hoofdkantoor vieren het afleveren van de eerste Tesla S uit de fabriek in 2012
(Bron: wikimedia)


Vanaf een bepaalde omvang veranderen nu eenmaal de eigendomsverhoudingen.  Kapitaalverschaffers worden daarbij logischerwijs nog steeds beloond voor hun inspanningen en het eventuele risico, maar kunnen niet meer onbeperkt aanspraak maken op de gehele winst van de onderneming. In dit geval spreekt Steiner van een ‘rente uitkering’, een bepaald percentage.

“Is dat kapitaal door de werkzaamheid van deze persoon toegenomen, dan zal uit die toename zoveel in zijn individueel eigendom over gaan dat de vermeerdering van zijn oorspronkelijke inkomsten overeenkomt met de vermeerdering van het kapitaal, in de zin van een rente uitkering.” (3)

“Een dergelijke regeling zal in aanmerking komen bij kapitaalmassa’s vanaf een bepaalde omvang, die door een persoon of een groep personen door productiemiddelen (waartoe ook grond behoort) zijn verkregen, en die niet op grond van de aanspraken die oorspronkelijk bij de inzet van de individuele vermogens zijn gemaakt, persoonlijk eigendom worden.” (4)

Eigendomsaanspraken worden zodoende begrenst; een deel van de winst gaat naar andere partijen dan de oorspronkelijke kapitaalverschaffers. Wat het besturen van een bedrijf betreft is dit lastiger aan te geven, al neemt ook hier vanaf een gegeven omvang, met de veranderingen in mede eigenaarschap (door kapitaalaanspraken te begrenzen) ook medezeggenschap aangaande bedrijfsbeslissingen toe.
 

Oproep voor de oprichting van bedrijfsraden Stuttgart, 1919

Oproep voor de oprichting van bedrijfsraden door de 'Bond voor driegeleding van het sociale organisme' in Stuttgart, 1919 
(Vervolgblad hieronder)


Het vraagstuk van de mate van zeggenschap van arbeiders in de grote ondernemingen kwam in 1919 in heel Duitsland aan de orde. Men zag in ‘bedrijfsraden’ een mogelijk instrument om de zwaar getroffen Duitse economie weer op gang te krijgen. De bedrijfsraden die men op het oog had leken in menig opzicht op onze huidige ondernemingsraden. Heftige discussies werden destijds gevoerd over de vraag hoeveel macht deze bedrijfsraden dan zouden moeten hebben. In Stuttgart en omgeving mengden de antroposofen zich actief in dit debat en organiseerden daartoe een aantal 'discussie avonden' met Steiner als hoofdspreker. Aanwezig waren telkens vertegenwoordigers van arbeiders van uiteenlopende ondernemingen uit de regio. Steiner uitte zich op die avonden uitermate principieel én pragmatisch over de bedrijfsraden:

”Niet een adviserende stem, zelfs niet een  besluitvormende stem, maar de bedrijfsraden moeten de eigenlijke bestuurders van de bedrijven zijn. Dat veroorzaakt natuurlijk dilemma’s. Zo mag bijvoorbeeld het initiatief binnen een bedrijf niet ondermijnd worden omdat velen bevelen willen geven en dergelijke.” (5)

Vervolgblad oproep voor de oprichting van bedrijfsraden in Stuttgart, 1919

Vervolgblad oproep voor de oprichting van bedrijfsraden in Stuttgart, 1919 
(Bron: uit Hans Kühn, 'Dreigliederungszeit')


“ U komt alleen verder als u op vertrouwen bouwt, en daarop zal men kunnen bouwen, wanneer met het egoïsme van de enkeling het rationele bedrijf samenvalt, dus dat ieder in de toekomst weet, dat het de arbeid het beste loont, als de beste leider daar is.”(6)

“Het gebruikelijke stemmen zal meer en meer in een soort van vertegenwoordiging veranderen, omdat men er belang bij heeft dat wie de meeste vakkennis heeft, ook de leiding heeft. Democratisch kiezen (..) zal slechts tot streberij leiden. Dit systeem biedt andere mogelijkheden. Dat waarom het gaat, is het economisch leven in te richten op zakelijke basis en niet op overheidsbasis.“ (7)

Het is kortom,een kwestie van de macht delen én de macht delegeren. (Zoals gezegd: bij bedrijven vanaf een bepaalde omvang.) Vanzelfsprekend is dit delegeren niet een kwestie van zomaar de bedrijfsbeslissingen over te dragen aan deze of gene en maar af te wachten wat er gebeurd.

“De arbeider moet zich vanuit een volledige betrokkenheid bij de zaak voorstellingen kunnen vormen over de wijze waarop hij aan het sociale leven deelneemt doordat hij aan de productie van waren werkt. Besprekingen die net zoals de arbeid zelf tot het werk moeten worden gerekend, moeten regelmatig door de ondernemer worden georganiseerd. (…) De ondernemer wordt door een dergelijke openheid van bedrijfsvoering, waardoor ieder zich in vrijheid inzicht in de zaak kan verwerven, aangezet tot sociaal gedrag.”(8)

 

Vakbondsposter over de vernieuwing van de Bedrijfsradenwet in de Bondsrepubliek Duitsland, 1963

Vakbondsposter over de vernieuwing van de Bedrijfsradenwet in de Bondsrepubliek Duitsland, 1963
(Bron: M. Payer, Kulturen von Arbeit und Kapital)


In Duitsland kwam het in 1920 daadwerkelijk tot een ‘Bedrijfsradenwet’, die na de Tweede Wereldoorlog verder ontwikkeld is. Er zijn daarbij veel overeenkomsten met onze Nederlandse ondernemingsraden.  
Ondernemingen zijn hier vanaf een bepaalde omvang verplicht om een OR op te richten. Deze heeft weliswaar niet heeft veel macht qua definitieve besluitvorming inzake strategische bedrijfsbeslissingen , maar wel het recht om geïnformeerd te worden over belangrijke beslissingen en daar advies over te mogen uitbrengen. In de VS en in het VK hebben ze simpelweg geen OR, terwijl in Duitsland (en Oostenrijk en Scandinavische landen) er plaats is gereserveerd voor een afvaardiging van de OR in de raad van bestuur. (Zie ook Piketty hierover.)

Bekijk je de OR vanuit de bril van Steiner’s zienswijze, dan zou deze ook een vetorecht hebben bij bepaalde beslissingen, zoals bij een fusie of bij de verkoop van een bedrijf.

Betriebsräte und Sozialisierung; verslagen van 'discussieavonden met vertegenwoordigers van arbeiders van de grote bedrijven van Stuttgart' mei-juli 1919

Betriebsräte und Sozialisierung;
verslagen van 'discussieavonden met vertegenwoordigers van arbeiders van de grote bedrijven van Stuttgart'
mei-juli 1919
( GA 331, Rudolf SteinerVerlag, 1989) 


Maar zoals gezegd: vanaf een bepaalde omvang kán een bedrijf niet eens meer verkocht worden zoals wij dat heden ten dage doen. Men kan alleen het beheer van een bedrijf overdragen.
Steiner is daarin vervolgens heel principieel en hecht er sterk aan dat iemand die goed gepresteerd heeft, zélf het recht heeft te bepalen aan wie beheerstaken overgedragen worden.  “Indien iemand om geschetste redenen over moet gaan tot een overdracht van kapitaal, moet deze zelf de vrije keuze hebben om te bepalen wie de opvolger is.” Wat dan een persoon, een groep personen of een organisatie kan zijn. Deze regel moet wat hem betreft in het recht vastgelegd worden, waarbij er voor gewaakt moet worden dat “de rechtsstaat nooit zelf de beschikking over kapitaal naar zich toe mag trekken.“ (9) Kortom: degene die kapitaal beheerd wordt door tal van rechten beschermd.(10)  

De begrenzing bij het besturen van ondernemingen schuilt bij Steiner bij het aan banden leggen van kapitaal, niet het begrenzen van ondernemersvaardigheden. De overheid levert daarvoor het rechtskader, maar houdt zich buiten alle praktische besluitvorming.
 

Stuttgart en omgeving, 1810-1945

Stuttgart en omgeving, 1810-1945
( bron: wikimedia


Steiner had in die dagen in Stuttgart en omgeving graag gezien dat de bedrijfsraden niet alleen massaal opgericht werden, maar vervolgens ook gezamenlijk een overkoepelend orgaan in het leven zouden roepen dat de economische belangen van het bedrijfsleven in de gehele regio zou behartigen, náást de overheid.  
“Het zou ook kunnen, en dat zou weer een stap verder richting socialisering zijn, dat niet meer ieder afzonderlijk bedrijf zijn individuele leiding heeft, maar dat de leiding in opdracht van het economisch lichaam van het gehele economisch gebied werkt.”(11)


Steiner heeft bij zijn uitspraken over medezeggenschap en bedrijfsraden ongetwijfeld de associaties in gedachten zoals hij die in de ‘kernpunten’ omschreven heeft; de organisatievorm waarmee de economische geleding zich als het ware zelf bestuurd en waarvan de overheid zich verre dient te houden. Associaties gaan in zekere zin nog een stap verder dan bedrijfsraden. Zoals aangekaart in deel 5 is het uiteindelijk de kunst om samenhangen te scheppen, waarbij belangen van alle economisch betrokkenen zichtbaar worden, dus ook de consumenten.  

Vermoedelijk dacht Steiner dat dit gaandeweg ook wel duidelijk zou worden zodra men vanuit een overkoepelend gezichtspunt naar de economie in de regio zou gaan kijken. Immers, niemand is alleen maar producent: het ene moment is men directeur van Mercedes Benz, het andere moment is men consument aan de pomp en ga zo maar door. Dit vereist eigenlijk nog een heel andere manier van economisch organiseren dan we vandaag de dag gewend zijn. Het zal nog uitvoerig aan de orde komen aan de hand van het onderwerp arbeidsdeling en onze moderne wereldeconomie.  

Al met al zijn nu de basisuitgangspunten van de economie zoals Steiner deze in de driegeleding voor zich ziet, aan de orde gekomen voor de prijs- en de inkomensvorming.  Maar hoe zit het met het geld zelf, waar immers de waardevorming in de economie bij uitstek duidelijk wordt? 
  
Zie daartoe deel 14

Protest tegen gedwongen ontslagen door reorganisatie bij V&D filiaal Amsterdam Noord, 1988

Protest tegen gedwongen ontslagen door reorganisatie bij V&D filiaal Amsterdam Noord, 1988
(Bron: nationaal archief)


Noten: 

1 KP blz 76
2 idem 
blz 78
3 idem Blz 78 
4 idem blz 80 
5 BR Blz 185 (24-6-1919)  Zie ook: “ Wel kunnen 5 mensen 1000 personen regeren, maar niet 1000 mensen 5 personen.” (SWT blz 31) 
6 idem blz 282 
(23 juli 1919)
7 idem blz 282

8 KP blz 67 (letterlijk 'aangezet tot onberispelijk (einwandfrei) gedrag', maar dat is me toch te overdreven en nogal oubollig.)
9 idem blz 79
10 Zie bijvoorbeeld: “De ondernemer moet tegen afzetting beschermd worden zolang hij niets doet wat schadelijk is voor de algemeenheid.” (SWT blz 30) 
11 BR blz 281 en 283