Last update
7/02/2023

HOE well to do BEN je zelf?


bepaal je eigen inkomens- en vermogenspositie in Nederland en wereldwijd

Inkomenspositie in Nederland

Het is mooi om eerst eens vast te stellen, waar je zelf staat in de inkomens- en vermogensverdeling, alvorens te kijken wat je eventueel aan de scheve verdeling in de wereld zou kunnen doen. Dit artikel biedt inzicht in de situatie binnen Nederland én de verhouding van Nederland ten opzichte van de rest van de wereld. Het is bovenal een werkartikel met (schuingedrukt) instructies om je eigen inkomens- en vermogenspositie te kunnen berekenen.
(Voor een handig overzicht van de vijf te volgen berekeningsstappen: klik hier )

Laten we beginnen met het vaststellen van je eigen inkomenspositie. De (secundaire) inkomensverdeling in Nederland is beduidend minder scheef dan de meeste andere landen. Op de World Inequality Index (WID), waar Piketty aan meewerkt, is een fraaie database te vinden met alle landen.

Inkomensongelijkheid Wereld

(Klik op de afbeelding)

Om je eigen positie in de Nederlandse inkomensverdeling te bepalen kun je terecht bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het CBS heeft bedacht dat het netto-inkomen niet puur per persoon of per huishouden bekeken moet worden, maar dat je rekening dient te houden met de voor- en nadelen die je hebt als je samenwoont en al dan niet kinderen hebt. Door bepaalde wegingsfactoren te gebruiken kun je het inkomen van het huishouden terugrekenen tot het zogenaamde 'gestandaardiseerde' netto inkomen. Vervolgens kun je behoorlijk exact je inkomenspositie vaststellen.
Stap 1: De te hanteren formule is om het netto inkomen van je huishouden te nemen, inclusief vakantiegeld en eventuele 13e maand. Ontvangen toeslagen zoals huurtoeslag en kinderbijslag dienen er ook nog bij opgeteld te worden. (Voor zelfstandigen geldt als uitgangspunt de winst na belastingen, etc.)

CBS 2020: verdeling inkomens Nederland

Inkomensverdeling Nederland 2020 op basis van gestandaardiseerde inkomens
(Klik hier voor het aflezen bij het CBS)

Stap 2a: Heb je een eenpersoonshuishouden, dan kun je je positie van de grafiek aflezen, aangezien daar alle huishoudens in Nederland zijn omgerekend naar één persoon.

Stap 2b: Bij een huishouden met meerdere personen is het zaak een correctiefactor toe te passen. Dan pas heb je een reële inschatting. Het CBS heeft een keurige tabel samengesteld.

CBS:Equivalentiefactoren gestandaardiseerd inkomen

Equivalentiefactoren CBS ter bepaling gestandaardiseerd inkomen (klik hier voor meer details)



Bijvoorbeeld: heb je als tweepersoonshuishouden zonder kinderen een besteedbaar inkomen van €72.000 per jaar, dan deel je dit door 1,4= €51.400. Je ziet dan in de grafiek van de inkomensverdeling (op de site van het CBS) dat 8,3% van de huishoudens in Nederland een hoger besteedbaar inkomen heeft. Voor de goede orde: gestandaardiseerd. (Je kunt ook naar alle tweepersoonshuishoudens kijken door onder de grafiek de knop 'samenstelling huishoudens' in te schakelen. Dan zie je dat binnen deze groep 12% een hoger gestandaardiseerd inkomen heeft dan ons fictieve voorbeeld. En je kunt steeds meer verfijnen, bv door te corrigeren voor AOW leeftijd, dan heeft 17% een hoger gestandaardiseerd inkomen.)

Stap 2c (optioneel): Een andere manier om je inkomen te vergelijken is om te kijken naar de afwijking van het gemiddelde. Het gemiddelde gestandaardiseerde inkomen per huishouden in Nederland is €32.400 (CBS 2020). Het huishouden in ons voorbeeld heeft dus 51,4/32,4=1,59= 59% meer te besteden dan een gemiddeld inkomen in Nederland. We kunnen er nu zelfs een bedrag aanhangen waardoor je er een concrete voorstelling bij krijgt: 0,59x32,4: 13=€1.470 per maand netto meer plus nog eens hetzelfde bedrag als vakantiegeld-13e maand. Ofwel €19.100 per jaar netto meer. Doe het maar eens voor je eigen bij 2 a en 2 b berekende inkomen.

Het is ook mogelijk om een dergelijke berekening te doen via de World Inequality Index. Deze hanteert echter een gebrekkige berekening en houdt bijvoorbeeld geen rekening met schaalvoordelen zoals het CBS de facto doet met de equivalentiefactoren. Voor Nederland kun je daarom het beste bij het CBS blijven.

Inkomenspositie wereldwijd

(Stap 3a) Wil je een vergelijking van je inkomenspositie op wereldniveau, dan kunnen we met wat aanpassingen tóch de World Inequality Index gebruiken (WID). Deze gebruikt echter bruto inkomens. Het beste is nu om het hiervoor berekende gestandaardiseerde besteedbare inkomen een opslag te geven zodat je bij de WID voor je Nederlandse positie uitkomt op dezelfde gegevens als het CBS. Voor midden- en hogere inkomens kwam ik uit op een opslag van 33%. Zit je in deze categorie, vermenigvuldig dus met 1,33. Open nu via de afbeelding hieronder de WID 'income simulator' en vul je met een opslag aangepaste bedrag in. Dit is reeds gestandaardiseerd inkomen, dus bij de volgende stap dien je één persoon in te vullen bij de omvang van je huishouden, geen twee of meer! Vervolgens kun je hier nog invullen of je een huis bezit en dat omrekenen naar potentiële huurinkomsten (ongeacht of je een hypotheek hebt). Ook kun je nog aangeven of je aandelen hebt, al maakt dat erg weinig uit. Het leuke is dat je de Nederlandse positie nu kunt vergelijken met de hele wereld en zelfs per land.
( Voor lagere inkomens is de bruto opslagfactor 1,33 wat te hoog: het is eerder 1,2 of 1,25: probeer het even uit in de WID 'income simulator' totdat de uitkomst voor Nederland hetzelfde geeft als bij het CBS)

 

Calculator inkomensongelijkheid WID

De calculator van de inkomensverdeling wereldwijd (klik op afbeelding)

Doen we dit voor het voorbeeld van het tweepersoonshuishouden, dan vullen we €51.400x1,33= €68.300 bruto in. Nemen we aan dat dit huizenbezitters in de Randstad zijn en vullen we €1000 per maand aan gevraagde fictieve huurinkomsten in. Aandelen wordt ook naar gevraagd, maar ik raad af dat hier te gebruiken. De index komt nu vrijwel precies zo uit voor Nederland als bij het CBS (9% heeft nu een hoger inkomen) en daar gaat deze exercitie vooral om: op die basis kan de WID toch een interessante vergelijking maken. De WID rekent deze inkomenspositie vervolgens per land om naar koopkracht (PPP=purchasing power parity).

(Stap 3b) Het leuke is: nu kun je bepalen hoe een Nederlandshuishouden in die categorie zich verhoudt tot de rest van de wereld door per land of regio te filteren. Dit stel hoort in Europa bij de bovenste 5%, op wereldniveau bij de 3%. Op landenniveau wordt het pas echt concreet: Duitsland 6%, VS 13%, Qatar 16%, Luxemburg 14%, Zuid-Afrika 3%, Oeganda 0,1%, Mexico 3%, Suriname 1%, Afghanistan 0,1%, China 2%, Indonesië 1%, Japan 7%.


Vermogenspositie in Nederland

Hoe zit het dan met de vermogenspositie? Daar zitten veel meer haken en ogen aan, mede omdat vermogen iets is wat zich als het ware over decennia uitstrekt, denk aan de huizenprijzen, terwijl inkomen meer een momentopname is. We beginnen met een blik op de Nederlandse situatie in het algemeen.

Het CBS vind het gemiddelde vermogen geen goede indicator omdat de enorme uitschieters dan een erg vertekend beeld kunnen geven (Als je bijvoorbeeld 9 mensen hebt zonder vermogen en 1 met een miljoen, dan bedraagt het gemiddeld vermogen €100.000) Het CBS hanteert daarom het mediaan vermogen per huishouden: dan weet je dat 50% van de huishoudens daaronder of daarboven zal zitten. In 2020 is in Nederland het mediane vermogen, bezittingen minus schulden, €64.600 per huishouden . Dit bedrag is in 10 jaar tijd behoorlijk toegenomen, omdat het gros hiervan overwaarde betreft die in een huis zit. Rekenen we dat (én andere bezittingen in onroerend goed of aandeel in eigen onderneming e.d.) niet mee, dan is de mediaan €16.300. Dit betreft de financiële bezittingen in de vorm van spaargeld en aandelen. (Voor details zie de link bij de afbeelding hieronder, pas wel op dat de categoriën niet correct optellen. Dat komt omdat er telkens met de mediaan gewerkt wordt!)
Om je vermogenspositie te bekijken, heeft het CBS niet een handig histogrammen overzicht zoals bij de inkomensverdeling, maar wel een fraaie tabel waarin je kunt zien in welk vermogensdeciel je je bevindt. Het CBS hanteert daarbij niet zoiets als een gestandaardiseerd vermogen per huishouden. Dat is op zich begrijpelijk; bij inkomens heeft de samenstelling van een huishouden veel meer invloed op allerhande voor- en nadelen bij het bestedingen. Bij vermogen werkt dit toch anders.

Vermogensongelijkheid: vermogensverdeling Nederland 2021

Vermogensverdeling in Nederland 2021.
Aanvullend zijn naast het totale vermogen enkele specifieke onderdelen van het vermogen getoond.
Filter bij het CBS voor meer details.
(Bijvoorbeeld: De onderste 10% hebben veel huizen die 'onder water' staan.
De bovenste 20% heeft relatief veel vermogen in ondernemingen. Etc.)

 

Je kunt nu je vermogenspositie vaststellen. Je kunt eventueel het bedrag per huishouden delen door de gemiddelde omvang van een Nederlands huishouden (2,14), mocht je willen terugrekenen naar gemiddeld mediaan vermogen per persoon.
Ik geef er echter de voorkeur aan om het vermogen per volwassene te berekenen, zoals in het World Inequality Databook van Credit Suisse. Credit Suisse legt de grens bij 20 jaar. In Nederland valt ongeveer 78% van de bevolking in deze leeftijdscategorie. Op basis hiervan heb ik de gegevens aangepast. Als extra kun je daarnaast nog wat meer over je positie in de samenstelling van het mediaan vermogen te weten komen. (Voor meer details: Je kunt bij het CBS ook nog filteren op meer kenmerken huishoudens, koppelen aan inkomenscategorieën, huizenbezit, etcetera.)

Stap 4: Tel je bezit bij elkaar op (als je een woning bezit, neem je de WOZ waarde) en trek je je hypotheek en overige schulden er vanaf. Ben je een eenpersoonshuishouden, dan geeft de tabel 'per volwassene' je positie in Nederland perfect weer. Voor tweepersoonshuishoudens met of zonder kinderen deel je in principe door twee.
Zit je bedrag rond de mediaan in een 10%-groep, dan heb je je vermogenspositie al tot op ca. 5% benaderd. Met bijvoorbeeld €256.500 zit je zeker bij de bovenste 15%, vanaf €518.200 bij de bovenste 5%. Heb je een lastiger te bepalen bedrag, werk dan met het 'voortschrijdend gemiddelde'. Bijvoorbeeld: (256.500+518.200)/2=€387.350=bovenste 10%, (256.500+387.350)/2=€321.925=bovenste 12,5% etc. (Disclaimer: het is wel een ruwe schatting natuurlijk!)

,
Pensioen en vermogenspositie

De vermogens van huishoudens in Nederland zijn extreem scheef verdeeld. De onderste 50% heeft zelfs een negatief aandeel in het totale vermogen. De bovenste 10% in Nederland heeft maar liefst 62% van het totale vermogen. Internationaal gezien steekt Nederland dan bijzonder slecht af, terwijl we met de inkomensverdeling er juist relatief goed voor staan.

OESO: Inkomens- en vermogensongelijkheid internationaal vergeleken 2015

Internationale inkomens- en vermogensvergelijking op basis van gegevens van de OESO 2015 (voor updates: OECD/Wealth)

Naar blijkt, is het bijzonder lastig om verschillen in pensioenstelsels mee te nemen bij de beoordeling. In veel landen dient het vermogen van mensen ten dele als pensioenvoorziening omdat ze het zelf dienen te regelen of er zijn allerlei mengvormen. Bij ons is het allemaal centraler geregeld met bij elkaar € 1600 mrd pensioenvermogen in 2020, beheerd door enorme pensioenfondsen zoals het ABP. (Sterker nog: we zijn volgens Mercer vermogensbeheer al jaren het land met het beste pensioenstelsel ter wereld. Klik hier.)
Quote CBS: “Het meetellen van pensioenvermogens verkleint die ongelijkheid. Mét de pensioenvermogens hadden ze (de bovenste 10%, EB) nog maar 48 procent. Het betekent tegelijkertijd dat de 90 procent minst vermogende huishoudens 14 procent meer van het totale vermogen te verdelen krijgen als de pensioenvermogens meetellen. Bij de 1 procent meest vermogende huishoudens waren de aandelen in 2018 respectievelijk 25 procent (zonder pensioen) en 15 procent (met pensioen)."

Vermogensverdeling met/zonder pensioen CBS 2018

Vermogensongelijkheid met en zonder pensioen. Voor exacte percentages: klik op 'toon tabel' op de CBS site.

Het scheelt een slok op een borrel, maar voor de onderste 50% ook weer niet al teveel. Er zijn nu eenmaal veel mensen met weinig of geen pensioen, al dan niet gecombineerd met schulden. Je ziet er ook aan hoe lastig het is om vermogen vast te stellen. Ben je ZZP-er, of ben je jong en heb je weinig pensioenaanspraken opgebouwd, of ben je 50 plusser met een goede pensioenregeling?
Het is zelfs zo, dat recent onderzoek vanuit het ministerie van financiën erop wijst dat de bovenste 1% en dan vooral de bovenste 0,1% veel meer vermogen bezit dan tot nog toe bij het CBS geregistreerd stond in de vorm van vermogen in ondernemingen; box 2 in ons belastingsysteem. Teulings cs onderzochten dit nader en komen tot de schatting dat de bovenste 1% minstens 33% van het vermogen in handen heeft en de bovenste 0,1% ongeveer 16%. (Zonder 'pensioencorrectie') Dit nog afgezien van de naar schatting 4% van het Nederlandse vermogen dat is geparkeerd in belastingparadijzen.  
De door het CBS opgetuigde pensioencorrectie wordt voor ruwweg de helft weer ongedaan gemaakt als deze gegevens worden meegenomen .

Ergo: de hiervoor gepresenteerde vermogenstabel zónder pensioenaanspraken levert al met al welzeker relevante informatie over je vermogenspositie in Nederland, al is het niet helemaal zuiver. Het is wél zaak om in je achterhoofd rekening met de pensioenaanspraken te houden. (Net als met de kans op een erfenis trouwens; natuurlijk eveneens zeer relevant voor toekomstig vermogen.)

Vermogenspositie wereldwijd

Wanneer je ook nog eens je vermogenspositie internationaal wilt gaan vergelijken, ontkom je echter niet aan een soort van pensioencorrectie. Ik gebruik hiervoor het Global Wealth Databook (2022) van Credit Suisse, waarin alle landen ter wereld worden meegenomen. (De database van de World Inequality Index is ten aanzien van vermogensongelijkheid nog te beperkt, maar groeit snel, zie hier hun WI-rapport 2022)

We zullen aanpassing moeten doen op basis van de CBS gegevens om de tabel van Credit Suisse te kunnen gebruiken voor het bepalen van je vermogenspositie wereldwijd.

Internationale vermogensongelijkheid per volwassene
Bron: Global Wealth Databook (2022) Credit Suisse, blz 128 tabel 3-4.
(Let op 1: Credit Suisse rekent hier niet met de mediaan, maar met een vermogensdrempel per categorie.
Let op 2: Credit Suisse rekent niet met PPP, maar met absolute bedragen in dollars: wisselkoersfluctuaties kunnen de gegevens behoorlijk beïnvloeden. De eurokoers wass begin 2023 gedaald tot 1 Euro=$ 1,08)


Om bovenstaande tabel juist te kunnen interpreteren voor de Nederlandse situatie, is onvermijdelijk een forse correctie voor de pensioenen nodig van het door ons bij stap 4 berekende vermogen. Het totale pensioenvermogen van Nederland is ongeveer 47% van het totale vermogen van huishoudens (zie artikel CBS). Dit zou vragen om een opslag van 88% op het gemiddelde vermogen. Een kleine kanttekening: gezien de corrigerende berekening van het CBS heeft ons pensioen een nivellerende werking, aangezien het vermogensaandeel van de bovenste 10% met ruwweg een kwart daalt zodra pensioenvermogen wordt meegenomen (zie een afbeelding terug.
(Stap 5) Zo kom ik tot de volgende grove vuistregel voor de internationale vergelijking: zit je in de CBS-tabel 'Vermogensverdeling in Nederland' bij de onderste 90% van het mediane vermogen per volwassene, dan dien je je vermogen te verdubbelen. Het mediaan vermogen per volwassene in Nederland komt dan op €52.300x2=€104.600 uit en dan zit je als 'mediane Hollander' rond de 13% meest vermogenden ter wereld in de Credit Suisse tabel (47.000+126.000)/2=€86.500. weer 126.000 optellen en door 2 delen=106.250=12,5% dus iets eronder.)

Zit je daarentegen in de bovenste 10%, dan moet je een maximum aanhouden voor wat je als pensioenopslag neemt. Mijn vuistregel: ook verdubbelen, maar tot een maximale toename van 518.200 euro, de mediaan van deze groep. Na de pensioencorrectie komt het mediaan vermogen van de bovenste 10% van Nederland met (afgerond) €1.036.000 dan bij de bovenste 1% wereldwijd. ( Met andere woorden, bezit je reeds 1 miljoen, dan verdubbel je niet, maar doe je de maximale opslag van 518.200 er bovenop.)

(Heb je geen of beperkt pensioen, maar ben je nog wel een tijd aan het werk, dan kan een correctie van 20-30% naar boven mijns inziens toch realistisch zijn, maar beslis zelf.)

Al met al is het plaatje nu compleet. En passant hebben we ook een beeld gekregen van de Nederlandse vermogensverdeling. Nu je meer zicht hebt op je eigen positie bij de inkomens- en vermogensverdeling in Nederland en in de wereld, kan de vraag opkomen wat je er zelf aan kunt bijdragen om toch die onderste 50% wat op te krikken al hoor je niet bij de bovenste 1% wereldwijd. (Zie hiertoe: Wat kun je zelf doen aan ongelijkheid?)
Tot slot een kleine update en een iets andere visualisatie van Credit Suisse op basis van de gegevens over 2020:
 

Vermogensongelijkheid wereldwijd 2020

Visualisatie van de vermogensongelijkheid over 2020 van Credit Suisse (bron: wikipedia)
Door de corona maatregelen is de positie van de allerarmsten nog verder verzwakt(vgl met tabel 2019 hierboven).











































Deel dit artikel: