postcommunistische landen I:
het voormalige oostblok

(Of direct door naar China)


Een aparte categorie vormen de postcommunistische landen: Rusland, de andere landen van het voormalige Oostblok en China, zijn bolwerken van het streven naar sociale gelijkheid in tal van vormen. De geschiedenis is hier net even wat anders gelopen. De beide wereldoorlogen hadden geheel andere en veel zwaardere consequenties.

Mao Stalin Ulbricht 1949

Mao Zedong, kort na het uitroepen van de Volksrepubliek China,
op bezoek bij Jozef Stalin ter gelegenheid van diens 71ste verjaardag, 18 december 1949.
(rechts van Stalin: Walter Ulbricht, leider van de eveneens net opgerichte DDR)
(bron: wikimedia)


Het mag geen verbazing wekken dat deze landen in de periodes van de socialistische dictaturen geen statistiekbureaus hadden die eens goed keken naar het inkomen van de leden van de communistische partij versus het andere deel van de bevolking. Een overzicht van de 20e eeuw is dan natuurlijk lastig, maar des te interessanter is het om te kijken hoe het daar dan nu gesteld is met de inkomensgelijkheid na decennia van communisme.


Rusland

Tsaristisch Rusland had ook een vorm van de driestandensamenleving, zij het met bijzonder weinig rechten voor landarbeiders. Deze vormde als het ware nog een vierde stand. In de 19e eeuw bestond naar schatting 40% van de bevolking nog uit lijfeigenen. Pas in 1861 werd de lijfeigenschap afgeschaft. Ook hier was de gedachte dat de landeigenaren gecompenseerd moesten worden. De regeling werd ingesteld dat het de lijfeigenen zelf waren die tot gedurende 50 jaar hun eigen vrijheid moesten terugbetalen. Deze regeling werd vanaf 1880 grotendeels afgeschaft. Voor velen was het allemaal niet zo voordelig: men had vaak geen land meer en kon zich hooguit nog laten inhuren voor een laag dagloon. De armoede nam in veel regio's extreem toe.


Ilya Repin, de Wolgaslepers 1873

'De Wolgaslepers' , Ilya Repin 1873: Russisch icoon en een toonbeeld van maatschappijkritiek

Van democratische ontwikkelingen was in Rusland nauwelijks sprake. De positie van de tsaar was die van die van de almachtige autocraat. De Russische adel had formeel dan ook weinig te vertellen. Onder druk van de buitenlandse ontwikkelingen en de neergeslagen opstand van 1905 werd er pas zoiets als een (begin van) parlement opgericht: de Doema.
In het kielzog van WW1 ontstonden de revoluties van februari en oktober 1917, met uiteindelijk de definitieve machtsovername door de bolsjewisten onder leiding van Lenin, later opgevolgd door Stalin. Zoals gezegd, ontbreken de gegevens om de inkomens- en vermogensontwikkelingen van deze periode gedegen te kunnen duiden. Piketty komt echter wel met schattingen van collega-onderzoekers. Op basis hiervan kan wel gesteld worden dat de inkomensongelijkheid fors afnam na de extreme ongelijkheid van het tsaristische tijdperk.

Inkomensongelijkheid Piketty Rusland

Inkomsten uit onroerend goed en winsten uit ondernemingen bestonden niet in de zin zoals wij die kennen. Veel voordelen van leden van de communistische partij komen dan ook niet in deze cijfers tot uitdrukking. Naar schatting bevond het gemiddelde levenspeil in Rusland zich in de periode 1870-1910 op 35-40% van het West-Europese levenspeil en steeg dit tot 1950 tot ca 60%, om daarna te stagneren.

Het merendeel van de bevolking ging er dus wel degelijk op vooruit, met dien verstande dat dit voor een fors deel gerealiseerd is ten koste van miljoenen doden en miljoenen dwangarbeiders. Toen Stalin in 1953 overleed, bevond 5% van de volwassen bevolking zich in de gevangenis. (Het geeft te denken dat de huidige kampioen in dit opzicht de VS zijn: 1% van de volwassen bevolking zit in de gevangenis.)
Naar het schijnt, bestond bijna de helft van al die gevangenen uit mensen die wegens economische vergrijpen opgepakt waren. Diefstal van ‘socialistisch eigendom’ kende vele vormen en werd zwaar gestraft. In de jaren 20 en 30 waren Russische gevangenissen rijkelijk gevuld met talloze kleine ondernemers zoals koetsiers, verkopers en ambachtslieden die ‘inkomsten ontvingen uit particuliere handel’ of die ‘een werknemer hadden aangenomen om winst te maken’.

Goelag gevangenen werken aan de poolcirkel spoorlijn, een van Stalin's laatste grote dwangarbeid projecten. (1947-1953)
Het project werd na zijn dood ogenblikkelijk stopgezet.


Piketty observeert scherp als hij erop wijst dat we in het communistische systeem exact dezelfde manier van redeneren vinden als onder de aanhangers van particulier bezit, zij het omgekeerd: men redeneerde nu dat iedere stap in de richting van particulier eigendom tot de algehele ondermijning van het communisme zou leiden. (Immers vergelijkbaar met de redenatie dat iedere stap richting belasten van vermogen tot het einde van particulier eigendom zou leiden.)

De schok van de overgang na het opheffen van de Sovjet-Unie in 1991 moet ongelofelijk zijn geweest. Aanvankelijk daalde het gemiddelde inkomen zelfs met 7% procentpunt. In Rusland was shocktherapie bewust beleid, in tegenstelling tot elders in Oost-Europa en China, waar het tempo van veranderingen een stuk lager lag. Zo werd particulier eigendom in Rusland met grote snelheid ingevoerd. Op zich een unicum: iedere burger kreeg aandelen van staatsbedrijven. Handige jongens, afkomstig uit de voorhoede van de voormalige communistische elite kochten deze, geholpen door enorme inflatie, vervolgens razendsnel op van behoeftige burgers en werden zo tot steenrijke oligarchen. Kijken we naar figuur 12.2 dan zien we dat de bovenste 1% van de samenleving zich in een razendsnel tempo wist te verrijken. (Veel meer nog dan de bovenste 1% in tsaristisch Rusland voor elkaar had weten te krijgen.)

De situatie in Rusland was chaotisch in die jaren, met gouden tijden voor de georganiseerde misdaad door een zeer verzwakte staat. In het Westen waren er velen die dit alles als een onvermijdelijk en acceptabel onderdeel zagen van ‘shocktherapie’.

Poetin opvolging Jeltsin

7 mei 2000 Jeltsin stapt terug als president en premier Vladimir Poetin legt de ambtseed af als opvolger
(bron: wikimedia)

Met de stapsgewijze machtsovername van Poetin vanaf 1999 kwam er weer stabiliteit en economische groei. Het gemiddelde levenspeil steeg na de chaotische periode vanaf eind jaren 90 gestaag, tot uiteindelijk 70% van het West-Europese levenspeil in 2010. De inkomensongelijkheid veranderde echter niet of nauwelijks. De bovenste 1% in Rusland had rond 2000 een kwart van het inkomen in handen, hetgeen nog steeg tot 30% (?) tot aan de kredietcrisis van 2008. Daarna zakte het wat terug tot 25%.


Een probleem bij de vaststelling van de inkomensongelijkheid is de gebrekkige registratie van inkomen en bezit. Het hele verschijnsel van progressieve belastingheffing en successierechten bestond niet in het gros van de communistische landen. Bezit was er haast niet, dus er was weinig te erven, bedrijven vielen onder staatscontrole en de inkomens werden centraal vastgesteld, waardoor inkomstenbelasting tamelijk irrelevant was. Er bestaan in het huidige Rusland géén successierechten, en daarmee ook geen registratie van erfenissen. (Piketty’s eigen schattingen van de sociale ongelijkheid in Rusland zijn dan ook schattingen op basis van het kritisch bekijken van gegevens van de Russische belastingdienst.)

Kapitaalvlucht Rusland 1990-2015


In Rusland geldt anno 2018 enkel een eenvoudige proportionele inkomstenbelasting met een uniform tarief van 13%. De elite van Rusland betaald zodoende al weinig belasting, maar sluist het geld bovendien massaal het land uit. Het overgrote deel is illegaal. Er zijn verschillende schattingen te maken van Russische kapitaalvlucht naar het buitenland. De officiële financiële activa die de Russen bezitten zelfs bij de meest conservatieve schatting minder dan de helft dan wat er alleen al in belastingparadijzen is gestald (zie figuur 12.5 in artikel).

Jersey Belastingparadijs

Groot-Brittannië is populair onder Russen: Londen voor het vastgoed en de vele belastingparadijzen voor het doorsluizen,
zoals de Bermuda's, de Virgin en Cayman eilanden en de Kanaaleilanden Guernsey en Jersey (foto Jersey: wikimedia)


Andere landen uit het voormalige Oostblok

Met de andere Oost-Europese landen uit het voormalige oostblok gaat Piketty wat losjes om, een keurig overzicht van ongelijkheidscijfers uit verschillende landen ontbreekt. In algemene zin constateert Piketty dat deze landen al een dubbel voordeel hadden dat ze verder ontwikkeld waren dan het tsaristische Rusland toen de communistische ideologie haar intrede deed en dat deze periode korter duurde dan in Rusland. (Oekraïne laat Piketty buiten beschouwing.) Daarnaast trad het gros toe tot de EU, met alle instituties die erbij horen; toch ook een derde voordeel. Kijken we naar de economische ontwikkeling, dan is het gemiddelde inkomen gestegen van 45% in 1993 naar 65-70% in 2018 t.o.v. het EU-gemiddelde. (Volgens Piketty is dit wat misleidend, aangezien in de periode 1989-1992 er een forse daling van productie plaats had gevonden.)
De ongelijkheid is tamelijk fors toegenomen: in Hongarije, Tsjechië, Bulgarije en Roemenië ontving de bovenste 10% minder dan 25% in de jaren 80. Anno 2018 is dit 30-35% en in Polen zelfs 35-40%. Het aandeel van de onderste 50% is navenant afgenomen.
Vergeleken met Rusland is dit nog binnen de perken gebleven. Ook een vergelijking met de VS nuanceert deze ontwikkeling enigszins. Desalniettemin is de ongelijkheid wel zo’n 10% hoger dan in West-Europa.

De chaos zoals in de jaren negentig in Rusland is deze landen wel bespaard gebleven. Toch is er een gaandeweg de 21e eeuw een gevoel van teleurstelling opgekomen. Naast de toegenomen ongelijkheid is het een punt bij deze landen dat ze aan de ene kant per saldo fors geld ontvangen vanuit de EU-fondsen, tot wel 3-4% van het BBP, maar dat aan de andere kant er forse winsten zijn gerealiseerd vanuit West-Europese bedrijven door de lage arbeidskosten en lucratieve bedrijfsovernames. Inmiddels is ongeveer een kwart van de kapitaalgoederenvoorraad (inclusief onroerend goed) in deze landen in handen van westerse partijen.

In- en uitstroom kapitaal Oost-Europa


Figuur 12.10 geeft dan wel niet het hele verhaal, inkomende investeringen ontbreken, maar laat zien dat er fors geprofiteerd is van de nieuwe markten in het Oosten.
Deze gegevens bieden aanknopingspunten om de zaken eens met elkaar op een rijtje te zetten, dertig jaar na de val van de muur. Hier komen we bij de conclusies op terug. Eerst een blik op dat andere grote (al dan niet) postcommunistische land: China.


Deel dit artikel: