Deel dit artikel:
01/11/2025
Deel 2
Economie en driegeleding

Centraal in de antroposofie staat de gedachte dat mensen zich in de loop der geschiedenis ontwikkelen tot zelfstandige individuen. Als logisch gevolg daarvan accepteren mensen steeds minder dat er door anderen over hun levens wordt beslist. De behoefte om zelf mede vorm te geven aan de samenleving neemt daarmee eveneens toe. In de 19e eeuw manifesteert deze behoefte zich in de roep om meer democratie en de opkomst van het socialisme.
Steiner zelf was goed bekend met de arbeidersbeweging uit die tijd. Hij gaf van 1900 tot 1905 op de Volkshogeschool in Berlijn 's avonds cursussen geschiedenis aan arbeiders. Hij ontwikkelde een eigen visie op wat hij 'het sociale vraagstuk' noemde en botste daarbij nogal eens met marxistische opvattingen van collega's.

Volkshogeschool, Berlijn ca 1905
(bron: 'Rudolf Steiner, een geïllustreerde biografie', uitgeverij Pentagon)
Steiner hamert erop dat je als samenleving met drie gebieden te maken hebt die elkaar doordringen, maar ook ieder hun eigen ruimte innemen en specifieke wetmatigheden hebben: het rechtsleven, het economische leven en het geestelijk-culturele leven. Hij ziet de samenleving als een sociaal organisme, waarvan deze drie ‘geledingen’ de basisstructuur vormen. Deze drie waren in vroeger tijden veel meer met elkaar vervlochten. In de loop der tijd komen ze meer en meer naast elkaar te staan, tegelijk met steeds minder centrale hiërarchische sturing van de samenleving door kerk en staat.

Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap
Allegorie uit 1795 ten tijde van de Bataafse Republiek (bron: wikimedia/ Rijksmuseum)
Met het toegenomen individuele zelfbewustzijn in onze moderne tijd, is het meer en meer zaak geworden dat iedere burger in de samenleving de mogelijkheid heeft om actief aan alle drie deze geledingen deel te nemen. Bij de meeste mensen was dit volgens hem weliswaar nog onbewust, maar het was een feit om rekening mee te houden.
In de drie slogans van de Franse Revolutie: 'vrijheid, gelijkheid en broederschap', kwam dit ook tot uiting. Volgens Steiner representeren deze intuïtief geformuleerde slogans de drie grondprincipes van de drie gebieden.
Je kunt alle drie in die richting organiseren. Ze conflicteren echter wel met elkaar; je komt er niet uit als je dit allemaal op een hoop gaat gooien. Je moet ze naast elkaar laten bestaan. Geen grote nationale overheden, geen dominante religieuze instituties en geen overmachtige multinationals die maar hun gang kunnen gaan.
Wat dan wel? Het afzonderlijke individu participeert volop in alle drie de geledingen en zo ontstaat een balans. Een dynamische eenheid die voortdurend aangepast dient te worden door zelfbesturende mondige burgers.
Vanuit onze huidige begrippen zou je kunnen spreken van een mix van socialisme en liberalisme, maar dan moet je er wel gelijk aan toevoegen dat er behoorlijk anarchistische elementen in zitten.

In Nederland werd ook een 'Bond voor Drieledige Indeeling van het Sociale Organisme' opgericht
(bron: iapsop)
Er zijn algemene afspraken die op basis van het democratische meerderheidsprincipe gemaakt dienen te worden. Deze vormen het recht en beschermen de burger tegen uitbuiting. Hier kun je ook natuurbescherming aan toevoegen.
Via rechtsregels scherm je het economische gebied als het ware af. Daarbinnen gelden vervolgens andere besluitvormingsprincipes. Centraal in de economie staat het samenwerken op basis van prestatie en tegenprestatie. Concurrentie is niet het hoofdprincipe.
Het werkt ook niet om op democratische wijze te beslissen hoe productie en consumptie georganiseerd dienen te worden. Je kunt dit beter aan de direct betrokkenen bij het economische proces zelf overlaten.
Organisaties die bij het geestelijke-culturele gebied horen, hebben een eigen autonomie ten opzichte van de andere twee geledingen. Het betekent grote pluriformiteit van met name religie en onderwijs. Dit heeft ook implicaties voor de wijze van financiering vanuit de economische geleding.
Met andere woorden: als Steiner spreekt over economie, dan ziet hij dit in het licht van de driegeleding. Hoe pakt dit nu uit in de praktijk?
Zie deel 3: Prestatie en tegenprestatie