Deel dit artikel:

01/11/2025

Economie en antroposofie

Deel 4
Wederkerigheid en wederzijds winstreven 

Zie hier voor deel 3 

 

Naar overzicht alle delen
 

Vraag en aanbod curve

Vanuit de gangbare manier van economie beschrijven vinden we het normaal om te zeggen dat bij een transactie op de markt de verkoper winst maakt.
Steiner constateert: “als alleen maar de verkoper in de economische context winst zou maken, dan zou de koper altijd de benadeelde moeten zijn, als er alleen een ruil zou plaats vinden. De koper zou altijd de benadeelde moeten zijn. (..) maar dat is duidelijk niet het geval. Want wij weten toch dat degene die koopt in het algemeen tot zijn voordeel wil kopen en niet tot zijn nadeel. Absoluut. We hebben dus het merkwaardige verschijnsel dat twee mensen ruilen en beiden moeten – althans in het normale kopen en verkopen- eigenlijk winst maken.”

 

Handjeklap op de Zuidlaarder paardenmarkt anno 2025

Handjeklap op de Zuidlaarder paardenmarkt anno 2025
 

Nu kun je denken: ja, nogal logisch. Het is echter bepaald geen open deur, want het maakt erg veel uit om eens uitgebreid bij dit fenomeen stil te staan. “Stel dat ik iets verkoop en daar geld voor krijg. Ik moet het geld  sterker begeren dan de koopwaar. De koper moet de koopwaar sterker begeren dan het geld. (…) Dus louter door ruilen wordt datgene wat geruild wordt meer waard, zowel aan de ene als aan de andere kant.” 
“Bij een ieder die met de ander van doen heeft in het economische proces (in de geschetste zin van prestatie en tegenprestatie EB) ontstaat voordeel en winst. Er is daardoor geen plek in het economisch proces waar niet gesproken moet worden van voordeel en winst. Of de betrokkene nu koper of verkoper is, zijn economische begeren is aan deze winst gehecht, aan dit voordeel. En het hechten aan dit voordeel is datgene wat het hele economische proces voortbrengt, wat hierin de drijvende kracht is. Het is te vergelijken met wat in het natuurkundig arbeidsproces de massa vertegenwoordigt.” (1)

Hier staat weinig anders dan een fundamenteel andere kijk op het winstbegrip in de economische wetenschap.  Het gaat om het denken in samenhangen en niet puur vanuit een individu. Als ik bijvoorbeeld iemand beroof speelt er wel een individueel winststreven, maar is er bepaald geen sprake van ruil. Het individueel winststreven is in de kern van de zaak juist niet de drijvende kracht van economie.

 

Gordon Gekko (Michael Douglas in 'Wall Street' (1987)

Gordon Gekko (Michael Douglas in 'Wall Street' (1987))
(Zie hier voor de 'Greed is good' speech)


Consequent geredeneerd, zie je dit individueel winststreven als extreem standpunt terug bij de klassiek geworden uitspraak van handelaar Gordon Gekko uit Wall Street: “Greed is good”.
Het is tevens de uiterste consequentie van het aloude gedachtengoed van economen uit de 'Chicago School of Economics' zoals Milton Friedman. Het is met name in praktijk gebracht door president Reagan en premier Thatcher in de jaren '80: door vrij baan te geven aan het individuele winststreven zou de 'economische taart' per saldo voor iedereen groter worden.  Dat sommigen dan wel veel groter stuk krijgen, ziet men dan eerder als een goed teken. Welvaart dankzij hebzucht. 
In de sociaal democratische hoek dacht men vervolgens als reactie het ei van Columbus gevonden te hebben met de 'Derde weg', waarbij het winststreven als essentieel en nuttig werd gezien, mede ter financiering van sociale voorzieningen, want het moest ook niet te gek worden. Tegenwoordig is er eigenlijk weinig veranderd. Er is weliswaar allerlei discussie, zeker over de invloed van al die miljardairs en autocraten in de wereld, for good or for bad, maar het individueel winststreven als zodanig wordt min of meer als gegeven geaccepteerd. Men wil het hooguit pareren of wat intomen of het juist meer loslaten. 

 

Kapitalisme versus socialisme


Bij Steiner is hebzucht niet afgeschaft, maar het wordt nu als het ware ingekaderd binnen het wederzijds winststreven. Daarmee komt wederkerigheid als drijvende kracht midden in het economische proces te staan. (Niet enkel als morele oproep of als filosofisch levensbeschouwelijk inzicht.)
Je kunt je nu gaan afvragen hoe je wederkerig winststreven kunt bevorderen binnen de economische geleding.

Zie deel 5: Associaties


1 NK 2-8- 1922