Deel dit artikel:
5/1/2026
Deel 8
Het financieren van sociale voorzieningen
In Nederland is onderwijs voor de lagere en middelbare school gratis. Vanaf de geboorte krijgen ouders kinderbijslag voor hun kind en op een gegeven moment, anno nu vanaf 67 jaar, krijgt iedereen AOW. (1) In feite zijn deze sociale voorzieningen de financiële implicaties van wetten zoals de leerplichtwet of het verbod op kinderarbeid. Financiering geschiedt uit de pot met algemene belastingmiddelen in de vorm van schenkingen aan de rechthebbenden. We hoeven ons later niet meer druk te maken om de kosten van onze opvoeding en het onderwijs dat we hebben genoten op de lagere en middelbare school. Ook weten we dat we tezijnertijd op een AOW uitkering kunnen rekenen.
De economische geleding doet bij deze regelingen als het ware een stap terug door af te zien van een directe relatie in de zin van prestatie en tegenprestatie. In de toekomst echter, zullen de huidige uitgaven aan onderwijs en opvoeding weer resulteren in economische prestaties.
In zekere zin is er hier sprake van een 'sociaal contract': een soort erop vertrouwen dat die toekomstige prestaties er ook echt komen. De werkenden van nu betalen bijvoorbeeld feitelijk de AOW aan degenen die ooit voor hen opvoeding en onderwijs mogelijk hebben gemaakt. Het is een soort solidariteitspact tussen generaties.

Minister-president Drees krijgt applaus bij bijeenkomst senioren, kort na invoering van de AOW, 1956
(bron: Wikimedia)
Als je wat breder kijkt, zie je bij allerhande sociale rechten vaak een mix van financieringsvormen. Zo is er een algemeen recht op toegang tot hoger onderwijs, maar in Nederland is de studiefinanciering voor een (klein) deel een schenking. Voor het resterende deel is er de mogelijkheid van een relatief goedkope lening. Eventueel leen je helemaal niks of kies je voor een lager leenbedrag dan mogelijk is. De kosten van universiteiten en hogescholen zijn deels ook weer een schenking: het collegegeld dat studenten moeten betalen is een van overheidswege vastgesteld bedrag waarmee de onderwijskosten bij lange na niet volledig worden gedekt. Je betaalt als het ware een deel van de kosten, het andere deel wordt door de overheid rechtstreeks aan universiteiten en hogescholen overgemaakt. (2)

Protest tegen invoering studiefinanciering, Den Haag 1988
(bron: Nationaal Archief)
Hier is het van belang om het verschil tussen schenken en lenen in ogenschouw te nemen. Bij lenen voor de studie ligt er vanuit het verleden een claim richting toekomst. Je moet je later toch serieus druk maken over het aflossen en de bank rekent de studieschuld ook mee bij het bepalen van het maximale hypotheekbedrag, mocht je een huis willen kopen. In dit geval is vanuit de economische geleding je studie grotendeels gefinancierd op basis van een economisch contract.
Natuurlijk is het fijn wanneer de lening tegen een relatief lage rente wordt verstrekt. Ook maakt het uit of en wanneer je verplicht je studieschuld moet aflossen; hiervoor gelden in Nederland tamelijk soepele regels. Voorts kan het ook zo zijn dat de rente later als aftrekpost voor de belastingen opgegeven kan worden (dat kan niet in Nederland, maar in de VS bijvoorbeeld wel). Dat is dan toch weer een vorm van schenken.(3)

Demonstratie voor verhoging AOW, Irenehal Utrecht, 1964
(bron: Nationaal Archief)
In Nederland hebben we voor de oude dag ook een soort mengvorm: de AOW is een schenking, het pensioen is iets waarvoor men kan sparen. Sparen is in dit opzicht nauw verwant aan lenen. Spaargeld wordt door de financiële sector gebruikt om weer uit te lenen (of te beleggen), waarbij het spaargeld in waarde gelijk blijft of zelfs toeneemt.(4)
In Nederland sparen we op grote schaal voor de oude dag door van ons salaris premies af te dragen aan pensioenfondsen. In de praktijk betekent dit dat degenen die geen of lage pensioenaanspraken hebben een beduidend kariger oude dag hebben. (5) De AOW garandeert een bestaansminimum; het is geen vetpot.


Op bezoek bij de tandarts in Bangalore, India
(2006 , bron: Wikimedia)
Bij ziektekosten zie je weer een iets andere mengvorm optreden. Wat is 'gratis', wat is gedekt door de ziektekostenverzekering en wat niet? Interessant is dat we in Nederland een soort basiszorgverzekering voor iedereen verplicht hebben gesteld. Hier hebben we van alles omheen geregeld zoals het verplichte eigen risico en de mogelijkheid dit bedrag te verhogen in ruil voor een lagere premie. Ook kan men zich extra aanvullend verzekeren voor bijvoorbeeld tandartskosten. Je kunt stellen dat de zorgpremie een vorm van verplicht sparen is waardoor individuele ziektekosten vergoed kunnen worden. Een deel betaalt men zelf. Schenken, kopen en sparen staan hier naast elkaar.

Amsterdam, mei 1972
(bron: Nationaal Archief)
Bij al deze financieringsvraagstukken zie je telkens de vraag terugkomen in welke mate men een claim legt op toekomstige prestaties op basis van aanspraken op prestaties uit het verleden (zoals uiteengezet in deel 6). Steeds zie je de afweging in hoeverre deze koppeling aan het verleden strak vormgegeven wordt door middel van een lening of een directe betaling óf deze juist helemaal loslaat; zoals bij het 'gratis onderwijs'. Veel discussies in de samenleving gaan hier over: de hoogte van het eigen risico in de zorg, het al dan niet aangaan van studieleningen, de hoogte van het collegegeld, de kosten van kinderopvang, allerlei soorten uitkeringen.
Nauw hiermee verbonden is het vraagstuk van individuele verantwoordelijkheid. Kiest men meer de kant van collectieve verantwoordelijkheid, of laat men vaker mensen zaken als onderwijs en zorg individueel regelen. (Bedenk hierbij dat veel zaken die we 'gratis' ter beschikking hebben gesteld, aan de achterkant gestoeld zijn op een vorm van 'collectief sparen' door een groot deel van de volwassen bevolking. Het gros van de belastingen die we afdragen aan de overheid is in essentie een vorm van collectief sparen.)
Bij het benoemen van de voor- of nadelen van beide benaderingen spreekt men vaak over meer overheid versus meer markt, en in het kielzog daarvan over hogere of lagere belastingen.

Hoger onderwijs: meer zelf betalen in de VS of het VK, veel minder in Duitsland en Scandinavië
(bron: Piketty, zie link in afbeelding)
De Verenigde Staten zijn bij uitstek een land waar sneller voor individuele verantwoordelijkheid wordt gekozen. Dit kun je zien in het hoger onderwijs; daar worden studenten geacht fors te lenen. Het collegegeld is bijvoorbeeld over het algemeen veel hoger omdat het hoger onderwijs veel minder gefinancierd wordt door de overheid.
Je kunt het ook waarnemen bij ziektekosten, waar men veel meer aan het eigen risico overgelaten wordt en veel mensen niet of te laag verzekerd rondlopen. Ook bij de Amerikaanse variant van de AOW zie je dat deze een slag lager is dan in Nederland; qua (aanvullend) pensioen wordt er veel minder gebruik gemaakt van pensioenfondsen en wordt je geacht veel meer individueel te sparen.(6)
Vanuit de economie in de driegeleding bekeken, kun je stellen dat deze Amerikaanse voorbeelden meer op basis van vasthouden van aanspraken op individuele prestaties uit het verleden gebaseerd zijn. In landen met meer collectieve regelingen zoals Nederland, kun je dan zeggen dat je minder individuele claims op de toekomst legt.
In termen van schenkingen kun je stellen dat in Nederland meer met collectieve schenkingen gewerkt wordt, terwijl in de VS men meer afhankelijk is van individuele schenkingen. Zo kun je als Amerikaanse student veel meer particuliere fondsen benaderen om je studie te helpen bekostigen.

Geschiedenis van collectieve Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen in Nederland in een grafiek.
Na invoering van de WAO in 1967 steeg het aantal uitkeringen tot 1 miljoen in 2000
(bron: CBS)
Er hangt een prijskaartje aan om mensen individueel te laten lenen of sparen voor zorg, studie of oude dag. Dit kun je goed observeren aan het fenomeen verzekeren: hoe minder mensen zich verzekeren, hoe hoger de premie zal worden. (7) Voor degenen die buitengesloten zijn, kunnen de kosten bovendien erg hoog oplopen in het geval van ziekenhuisopname of (bij een te laag pensioen) je genoodzaakt zien om er nog lange tijd naast te moeten blijven werken. (Of heel reëel: alletwee situaties tegelijk.)
Evengoed staat er tegenover dat de kosten van collectieve verzekeringen enorm uit de hand kunnen lopen. In Nederland hebben we hier ervaring mee met de invoering in 1967 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), waarbij aanvankelijk 80% (later 70%) van het laatstverdiende loon werd uitgekeerd. De regeling was zo aantrekkelijk dat in 1990 er maar liefst 900.000 mensen een WAO uitkering hadden. De WAO crisis is er mede debet aan dat in Nederland voortaan veel vaker een afweging tussen individuele verantwoordelijkheid en collectieve regelingen zou plaatsvinden. (Dit sloot aan bij wat men ook in internationaal verband de 'Derde Weg' is gaan noemen: een soort compromis tussen markt en overheid, kapitalisme en socialisme.)
Kijk je naar wat Steiner hier nu over te melden heeft, dan vind je relatief weinig over het financieren van sociale voorzieningen in de praktijk. Lenen en sparen komen weinig aan de orde, relatief vaak spreekt hij daarentegen over het belang van schenkingen. Hij ziet schenken als een wezenlijk deel van het economisch proces, waar we veel meer over zouden moeten nadenken. "Men heeft een zekere tegenzin om het schenken tot het economische proces te rekenen, maar als er van schenken geen sprake is, dan kan het economische proces sowieso niet verder. Want denkt u zich eens in wat er van onze kinderen terecht zou komen als we ze niets zouden schenken? (..) gedacht binnen het kader van het economisch proces maakt het schenken er ontegenzeggelijk deel vanuit, wanneer we het in zijn volledigheid beschouwen, wanneer we het als continu proces zien."
Schenken, lenen en betalen horen bij elkaar: “De drie-eenheid van betalen, lenen en schenken moet geïntegreerd zijn in elk economisch proces” Het punt wat hier gemaakt kan worden is dat schenkingen cruciaal zijn voor het financieren van een vrij geestelijk cultureel leven. Steiner voorspelt zelfs dat men in de associaties "op een dag erop zal komen dat als er te weinig geestelijke arbeid is, dat er dan te weinig wordt geschonken." (8)
Bekijken we deze uitspraak in het licht van het rekening houden met toekomstige prestaties, dan kun je hierin in eerste instantie bijvoorbeeld het achteruitgaan van onderwijsvoorzieningen in een land mee trachten te verklaren. We investeren dan simpelweg te weinig in onderwijs. (9) Er zit echter beduidend meer achter. Mijns inziens biedt deze manier van kijken extra handvatten om dieper op het fenomeen van schenken voor zaken als kunst en wetenschap in te gaan. Voor Steiner is schenken bovendien ook van groot belang voor geestelijke arbeid in de economische geleding zelf, met name ondernemersvaardigheden. We zullen nog zien dat schenkingen, zoals hij deze definieert, een enorm grote rol spelen bij het beheer van produktiemiddelen.
Later zal dan ook een slag dieper op Steiner’s gedachten over schenken nader ingegaan worden, voor hier is het zaak om meer op schenken in relatie tot de besproken sociale voorzieningen in te gaan.

Bordtekening van Steiner met kopen, lenen en schenken als drie-eenheid
(bij voordracht van 29 juli 1922, bron: Wandtafelzeichnungen 24)
Samenvattend: de economische geleding is gebaseerd op prestatie en tegenprestatie, met dien verstande dat er een balans gevonden moet worden tussen prestaties in verleden en in de toekomst. Qua financiering doe je dat door een balans te zoeken tussen betalen, lenen en schenken.
Gaat het daarbij om het borgen van de toekomstige prestaties dankzij zorg, onderwijs en opvoeding, dan moet je extra op de balans tussen schenken en lenen letten. Bovendien moet je hierbij onderscheid maken tussen collectieve versus individuele regelingen.

'There's no such thing as a free lunch'
(eerste druk 1975)
“Voor niets gaat de zon op.” Ofwel: “There is no such thing as a free lunch.” Zo luidt de kreet onder libertariërs, bekend geworden door Milton Friedman, de profeet van de Chicago School of Economics. Dat geldt zeker voor al die regelingen die je als samenleving kunt treffen ter financiering van gratis onderwijs en dergelijke. Het is mooi dat men dit niet later persoonlijk hoeft terug te betalen omdat het als een soort schenking ontvangen is, maar daar hangt ook een stevig prijskaartje aan.
Friedman cs zien veel collectieve voorzieningen vooral als een voedingsbodem voor een grote overheid met weinig oog voor efficiency en een neiging tot het heffen van hoge belastingen.
Tot op zekere hoogte heeft deze stroming gewoon gelijk. Schenkingen in de vorm van collectieve regelingen leiden in onze samenleving tot een overheid die zich wel heel erg met tal van uitvoeringszaken bezighoudt en bovendien de neiging heeft allerlei fraaie kostbare plannen te bedenken.(10) Vanuit de driegeleding bezien is er hier een rechtsgeleding die zich allerlei taken toebedeeld die eerder bij de andere twee geledingen horen. Friedman cs gaan dan echter weer heel hard roepen om meer markt en nog meer 'economische groei' om eventuele problemen te lijf te gaan. Rond verkiezingen zie je deze thematiek weer terug in veel welles-nietes discussies.
Juist het vraagstuk van toekomstige prestaties leidt tot enorm veel getouwtrek tussen de geledingen. Neutraal gegezegd: met de financiering van zorg, onderwijs en opvoeding kom je onvermijdelijk ook bij het vraagstuk van de uitvoering uit en moet wederom opnieuw gezocht worden naar een balans tussen de drie geledingen.
Zie deel 9: Financiering en uitvoering van sociale voorzieningen
1 Als je althans je hele leven in Nederland hebt gewoond, voor ieder jaar dat je dat niet hebt gedaan, wordt je AOW gekort. Hier hebben bijvoorbeeld veel oudere Surinamers, Antillianen, Turken en Marokkanen vaak last van.
2 Universiteiten en hogescholen ontvangen in 2025 naast het inschrijfgeld van € 2.600 nog eens zo'n € 9.500 euro per student.
3. Met dien verstande dat aftrek van belastingen vooral voordelig is voor degenen die een goed betaalde baan hebben.
4. Bij bijvoorbeeld de pensioenfondsen wordt een deel van het spaargeld niet zozeer uitgeleend, maar belegd in aandelen. In beide gevallen blijft het een claim op de toekomst. Aandelen komen later nog aan de orde.
5. Zelfstandig ondernemers zoals ZZP-ers worden geacht zelf te sparen voor het pensioen. In 20244 waren er 1,3 miljoen ZZP-ers in Nederland: ruim de helft spaart niet of nauwelijks.
6. Men spreekt hier van '401(k)' regelingen, waarbij je tot 4 ton voordelig kunt sparen. In de praktijk slaagt een kwart van de Amerikanen erin om meer dan een ton te sparen. Ongeveer 1 op de 3 Amerikanen spaart geheel niet. (bron: onderzoek Citizen's Debt Relief 2018)
7. Goed te zien bij de torenhoge premies voor arbeidsongeschiktheid bij ZZP-ers. Disclaimer: gelieve dit op te vatten als een vuistregel voor gelijke gevallen. Natuurlijk kun je allerlei mensen uitsluiten en zo de premie verlagen; dat is een ander onderwerp.
8. Alle citaten uit NK 29-7-1922
9. Zie bijvoorbeeld de strijd die in Nederland in 2017/18 is gevoerd over het weer aantrekkelijk maken van het docentenvak in het primair onderwijs.
10. Wat onder 'kostbare fraaie plannen' verstaan kan worden varieert naar gelang de politieke partij. Om toch een typisch voorbeeld te noemen: gratis kinderopvang. Klinkt mooi, maar is erg duur.